Leestips


Vertel vooraf in het kort iets over de inhoud van het verhaal. Lees de titel van het boek voor en praat met uw kind over de voorkant. Maak het nieuwsgierig naar het verhaal. Als u de kaft samen bekijkt, kunt u samen met uw kind bedenken waar het boek over zou kunnen gaan.
Lees rustig en duidelijk de tekst voor. Maak daarbij gebruik van de mogelijkheden van uw stem, maar maak er geen toneelstukjes van.
* Maak tijdens het voorlezen af en toe gebaren om de woorden te omlijsten.

* Wanneer duidelijk is dat de aandacht verslapt, stop dan met voorlezen. Kies een ander moment, of een ander boek.
Probeer moeilijke woorden tijdens het lezen al aan te passen. Lukt dat niet, leg ze dan soms uit. Hoeft niet altijd.
In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.

Geef uw kind gelegenheid om iets te zeggen als u het verhaal voorleest. Het gaat erom dat uw kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed.